CBb 29 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:397
Hoger beroep. Boete voor een pluimveebedrijf. Overtreding van artikel 2.2, tiende lid, van de Wet dieren, artikel 2.50, eerste lid en vierde lid, aanhef en onder a, van het Besluit houders van dieren vanwege overschrijding van de maximaal toegestane bezettingsdichtheid. Het pluimveebedrijf betwist uitsluitend dat de berekening van de minister van de bezettingsgraad juist is, omdat hierbij bij het opzetten van de koppels van een te hoog aantal dieren is uitgegaan. De minister maakt voor het berekenen van de bezettingsdichtheid terecht gebruik van de gegevens die door de pluimveehouder in Avined zijn geregistreerd. De pluimveehouder is verantwoordelijk voor het verstrekken van de juiste gegevens aan de minister. Het pluimveebedrijf heeft niet onderbouwd dat de in Avined geregistreerde gegevens onjuist zijn. De minister heeft de overtreding terecht vastgesteld en was bevoegd om aan het pluimveebedrijf een boete op te leggen. Het boetebedrag is terecht verhoogd wegens recidive op grond van artikel 2.5 van het Besluit handhaving bepaalt. Voor een halvering van het standaardboetebedrag of een verdere matiging ziet het College geen aanleiding. Matiging boete wegens overschrijding redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 8:29 Awb
- Artikel 2.2 Wet dieren
- Artikel 2.2 Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren
- Artikel 2.5 Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren
- Artikel 1.2 Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren
- Artikel 2.50 Besluit houders van dieren
- Artikel 2.52 Besluit houders van dieren
- Artikel 7b.8 Regeling houders van dieren
- Artikel 6 EVRM