CBb 6 mei 2025, ECLI:NL:CBB:2025:290
Elektriciteitswet 1998. Geschilbesluit. Naar het oordeel van het College heeft de ACM terecht geconcludeerd dat Liander in strijd handelt met artikel 23, eerste lid, van de Elektriciteitswet door te weigeren aan de initiatiefnemers een offerte uit te brengen voor drie afzonderlijke aansluitingen. Op Liander rust een aansluitplicht per WOZ-object en, anders dan zij zelf stelt, niet per productie-installatie. Liander moest bij de beoordeling van de aanvraag uitgaan van (uiteindelijk) drie verschillende ondernemingen en (uiteindelijk) drie WOZ-objecten. Het betoog van Liander dat de uitzondering op de aansluitplicht, het zogenoemde opknipverbod, ruim moet worden uitgelegd, slaagt naar het oordeel van het College niet. Ook de stelling van Liander dat de vraag of sprake is van één productie-installatie vooraf gaat aan de toepassing van het zesde lid, volgt het College niet. Die uitleg van Liander is niet in overeenstemming met het systeem van de wet- en regelgeving. De vraag in hoeverre de uitzondering van artikel 1, zesde lid, van de Elektriciteitswet in strijd is met artikel 59, zevende lid, van de Elektriciteitsrichtlijn, kan niet tot een andere uitkomst van deze procedure kan leiden. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl