CBb 16 januari 2025, ECLI:NL:CBB:2025:27
Het College is van oordeel dat klager (een advocaat) in de onderhavige tuchtprocedures tegenover de in deze gedingen betrokken wederpartij en het College geen beroep meer kan doen op zijn verschoningsrecht. Dit betekent concreet dat klager, ten aanzien van deze stukken - met name e-mailberichten en een advies van de Landsadvocaat waarin zou worden geciteerd uit deze e-mailberichten - in deze procedures bij het College niet de accountant - door middel van een beroep op zijn verschoningsrecht - kan beletten om in onderhavige procedure uit de inhoud van deze e-mailberichten te citeren dan wel te parafraseren, dan wel naar de inhoud daarvan te verwijzen. Nu de advocaat deze e-mailberichten zelf heeft ingebracht ter onderbouwing van zijn tuchtklachten, brengt het recht op een eerlijk proces en meer in het bijzonder het beginsel van wapengelijkheid mee dat de accountant zich in deze procedures zonder belemmeringen daartegen moet kunnen verweren. Daarbij komt dat het belang van het verschoningsrecht er met name in is gelegen dat de inhoud van de e-mailberichten niet tegen de bij deze berichten betrokken cliënten van klager mag worden gebruikt in enige procedure waarbij zij partij zijn. In deze twee procedures zijn die cliënten niet betrokken. Daarbij zij aangetekend dat de vertrouwelijkheid van deze stukken jegens derden en buiten onderhavige procedures nog immer kan worden gewaarborgd door een beroep van klager op zijn verschoningsrecht. Buiten deze procedures blijft zijn verschoningsrecht immers ook voor deze stukken gelden.
De uitspraak op rechtspraak.nl