CBb 1 april 2025, ECLI:NL:CBB:2025:216
Hoger beroep mestboetes 2015 en 2016. Voor beide jaren zijn boetes aan de maatschap opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen, de stikstofgebruiksnorm en de fosfaatgebruiksnorm. Voor het jaar 2015 is een boete opgelegd wegens het niet voldoen aan de eigen mestverwerkingsplicht. Voor beide jaren zijn boetes opgelegd wegens het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht in het kader van de Verantwoorde groei melkveehouderij (VGM), maar op de zitting heeft de minister meegedeeld dat de boete die voor het jaar 2016 is opgelegd niet wordt gehandhaafd, nu het VGM-stelsel inmiddels is komen te vervallen en de minister eerder opgelegd boetes alleen handhaaft in het geval waarin een buitensporige, duidelijke overtreding heeft plaatsgevonden of sprake is van fraude met dierlijke meststoffen. Voor het jaar 2015 is in geschil of 7 mesttransporten zijn afgevoerd van het bedrijf. Het College stelt voorop dat het van belang is dat de meststroom in de gehele keten van producent tot eindgebruiker transparant is en dat van de afvoer van dierlijke mest adequaat administratief verantwoording wordt afgelegd. De verleiding om kosten te besparen door de afvoer van mest de fingeren is namelijk groot en de minister moet kunnen varen op de administratieve gegevens. Het College volgt het oordeel van de rechtbank dat de minister de 7 mesttransporten terecht buiten beschouwing heeft gelaten. De minister heeft met het daartoe opgemaakte rapport van bevindingen en een daarbij gevoegd proces-verbaal aangetoond dat de 7 vrachten niet hebben plaatsgevonden en dat de vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM’s) in strijd met de werkelijkheid zijn opgemaakt. De door de maatschap aangedragen stukken als bewijs dat de mest wel is afgevoerd geven geen opheldering over de vraag met welk voertuig de mesttransporten zouden hebben plaatsgevonden, wanneer dat is gebeurd en op welke wijze. Voor de jaren 2015 en 2016 komt het College tot het oordeel dat de minister bij de berekening van de vraag of voldaan is aan de gebruiksnormen terecht is uitgegaan van de forfaitaire gehaltes en de door de maatschap overgelegde BEX-berekeningen buiten beschouwing mocht laten. Die BEX-berekeningen waren namelijk onvoldoende betrouwbaar omdat de maatschap geen administratie van de zomerstalvoedering heeft bijgehouden en een in december 2015 geoogste snede gras niet in de voorraadadministratie en ook niet in de BEX-berekening heeft opgenomen. Dat die snede gras te slecht van kwaliteit was en daarom over het land is uitgereden, is niet aannemelijk geworden. De College matigt de boetes ambtshalve wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep tegen de voor 2015 opgelegde boetes is gegrond vanwege de toegenomen overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep tegen de voor 2016 opgelegde boetes is gegrond nu de boete voor het niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht in het kader van de VGM niet langer wordt gehandhaafd, en ook vanwege de toegenomen overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl