CBb 25 maart 2025, ECLI:NL:CBB:2025:185

Uitspraak na prejudiciële vragen (ECLI:NL:CBB:2022:592). Uitleg uitzonderingsbepaling van artikel 2.2.2, onder c, van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 200/2010. Uit het arrest van het Hof van Justitie (ECLI:EU:C:2023:799 ) volgt dat een uitzonderingsgeval zich alleen kan voordoen wanneer de minister vaststelt dat zich gebeurtenissen of incidenten hebben voorgedaan waardoor de bemonstering en analyse van de monsters niet correct zijn uitgevoerd of meent dat een aanzienlijk risico bestaat dat zich dergelijke gebeurtenissen of incidenten hebben voorgedaan. Het College concludeert aan de hand hiervan dat in deze zaak geen sprake is van een uitzonderingsgeval in de zin van punt 2.2.2.2, onder c, van de bijlage bij Verordening 200/2010.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken