CBb 21 januari 2025, ECLI:NL:CBB:2025:18
TVL – peilmoment status van de onderneming en bereiken staatssteunplafond. Het betoog van appellante 1 dat de beoordelingsmomenten die volgen uit de uitspraak van 19 maart 2024 leiden tot willekeurige afhankelijkheid van het moment van besluitvorming door de minister, volgt het College niet. De minister is bij de beoordeling van de groepssamenstelling, in lijn met de rechtspraak van het College, terecht uitgegaan van het moment waarop de subsidieaanvraag is afgewezen en niet van de status ten tijde van de subsidieperiode. Het beroep van appellante 1 is ongegrond. De subsidieverstrekking aan appellante 2 was rechtmatig en niet in strijd met een ingevolge een verdrag voor de Staat geldende verplichting (artikel 7, eerste lid, Kaderwet EZK- en LNV-subsidies). Dat appellante 1 voorafgaand aan de subsidieverlening aan appellante 2 onderdeel is geworden van dezelfde groep als waartoe appellante 2 behoort en, nadat de subsidie voor appellante 2 is vastgesteld ook zelf subsidie heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Op het moment van beoordeling van de vaststellingsaanvraag voor appellante 2 was het staatssteunplafond immers nog niet bereikt. Het beroep van appellante 2 is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl