CBb 3 december 2024, ECLI:NL:CBB:2024:884

Hoger beroep. Boete wegens niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht. Het College is van oordeel dat appellante aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de twee DPO’s abusievelijk als verwerker is opgenomen in plaats van twee anderen. Dat betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat appellante voor de in deze twee DPO’s vermelde hoeveelheden fosfaat geen mestverwerkingsovereenkomsten heeft gesloten en dat appellante niet op grond van artikel 33d, eerste lid, van de Meststoffenwet gehouden was deze hoeveelheden fosfaat te verwerken. Op grond van de gegevens die appellante heeft overgelegd, is verder aannemelijk dat de in deze DPO’s vermelde hoeveelheden fosfaat door de twee anderen naar het buitenland zijn afgevoerd. Omdat niet is komen vast te staan dat appellante artikel 33d van de Msw heeft overtreden, is geen sprake van een beboetbaar feit. Dit betekent dat het hoger beroep gegrond is en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Proceskostenveroordeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen