CBb 1 oktober 2024, ECLI:NL:CBB:2024:669

Naar het oordeel van het College heeft de minister de door appellante verzochte verklaring energie-investeringsaftrek terecht geweigerd, omdat sprake is van aanschaffingskosten en deze niet binnen de in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 bedoelde termijn zijn aangemeld. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is geen sprake. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken