CBb 10 september 2024, ECLI:NL:CBB:2024:628

De voorzieningenrechter stelt vast dat de minister met zijn nadere onderbouwing in zijn brief van 10 juli 2024 heeft erkend dat de motivering van het bestreden besluit niet juist is. Dit betekent dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Voor zover de minister vasthoudt aan 30 juni 2025 als uiterlijke datum tot wanneer uitstel kan worden verleend, zal hij dit in een nieuw te nemen besluit nader moeten motiveren. De voorzieningenrechter is namelijk met Laroka van oordeel dat de minister voorshands onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij niet kan volstaan met de eerder genoemde kortere periode (16 september tot 31 december). Indien de minister dit niet deugdelijk kan motiveren moet Laroka uitstel tot 16 september 2025 worden verleend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen