CBb 27 augustus 2024, ECLI:NL:CBB:2024:598
Verzet/kortsluiting; verzet gegrond/beroep gegrond Awb artikel 6:11 Verduidelijking uitspraak grote kamer 30 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2024:31). In 3.3 van die uitspraak is overwogen dat de term “redelijkerwijs” in artikel 6:1 Awb het bestuursorgaan en de bestuursrechter enige ruimte biedt om ook in gevallen waarin sprake is van een slechts geringe verwijtbaarheid met betrekking tot de termijnoverschrijding, deze niet aan de indiener toe te rekenen. Het College stelt hier buiten twijfel dat die overweging niet alleen geldt in geval van een beroep op bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen (zoals in de uitspraak van 30 januari 2024 aan de orde was), maar ook als het gaat of mede gaat om het handelen of nalaten van het bestuursorgaan of als zich andere redenen voordoen of mede voordoen. In (3.2.5 van) het arrest van de Hoge Raad van 19 april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:625) ligt een overeenkomstig oordeel besloten. De overschrijding van de bezwaartermijn is in dit geval verschoonbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl