CBb 8 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:467
Vovo hangende bezwaar. Deze zaak gaat over een last onder dwangsom die de minister heeft opgelegd aan een bedrijf dat in (onder meer) kleinklauwotters en servals handelt. De minister heeft terecht geconcludeerd dat het bedrijf niet heeft gezorgd voor een toereikende huisvesting voor de kleinklauwotters en servals, waardoor de dieren worden beperkt in hun fysiologische en ethologische behoeften. Dit betekent dat het bedrijf artikel 3.12, eerste lid, aanhef en onder a en b, van het Bhd heeft overtreden. De minister was daarom bevoegd aan het bedrijf een last onder dwangsom op te leggen. De voorzieningenrechter ziet echter wel aanleiding om het bedrijf alsnog in de gelegenheid te stellen om de overtredingen te beëindigen en te voldoen aan de last onder dwangsom. De voorzieningenrechter schorst het handhavingsbesluit tot en met 8 september 2024.
De uitspraak op rechtspraak.nl