CBb 9 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:445

Hoger beroep van de staatssecretaris. Bestuurlijke boete opgelegd, omdat de gezondheidswaarschuwing niet is aangebracht op de twee grootste oppervlakken van elke verpakking van een elektronische sigaret of navulverpakking en dit product in de handel is gebracht. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het boetebesluit herroepen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de navulverpakking niet in de handel is gebracht. Over de uitleg van het begrip ‘in de handel brengen’ als bedoeld in de Tabaksproductenrichtlijn is een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Normaal gesproken is het antwoord op die vraag ook van belang voor onderhavige procedure en moet die beantwoording dus worden afgewacht. Omdat, zoals hierna wordt overwogen, voor het College evident is dat artikel 3, eerste lid, van de Wet niet is overtreden, zal het College vanuit een oogpunt van efficiënte geschilbeslechting niet beslissen op dat wat de staatssecretaris tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, maar die uitspraak, met verbetering van gronden, bevestigen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat het hier gaat om een bestuurlijke boete en de prejudiciële procedure nog geruime tijd zal duren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen