CBb 28 mei 2024, ECLI:NL:CBB:2024:371
Accountantstuchtrecht. Klacht vanwege het in diskrediet brengen van het accountantsberoep door zichzelf te verrijken door het verrichten van frauduleuze betalingen. De accountantskamer heeft de klacht gegrond verklaard en de maatregel van doorhaling van de inschrijving als registeraccountant opgelegd. De termijn waarbinnen de accountant niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven is bepaald op acht jaren. Het College vindt de maatregel van doorhaling op zijn plaats, maar heeft de duur van de termijn waarbinnen de accountant niet opnieuw kan worden ingeschreven beperkt tot vijf jaar. In zoverre is het hoger beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl