CBb 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:32
Heropeningsbeslissing. Eén van de grote kamer-zaken over verschoonbaarheid (artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht), in vervolg op de conclusie van raadsheer advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven van 7 september 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:476). Het College verwijst voor het beoordelingskader naar zijn uitspraak in de zaak met nummer 22/1049 (ECLI:NL:CBB:2024:31). Het beroepschrift is 23 minuten te laat ingediend. Het College komt in deze zaak tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het College ziet geen aanleiding om de verklaring van de onderneming in twijfel te trekken dat zij binnen de beroepstermijn heeft geprobeerd het beroepschrift in te dienen en dat zij, toen zich een (ict-)probleem voordeed, meteen de hulp van een deskundige derde heeft ingeroepen. De onderneming heeft gedaan wat in haar macht lag om ervoor te zorgen dat het beroepschrift ondanks het ontstane probleem toch nog tijdig kon worden ingediend. De omvang van de termijnoverschrijding is daardoor zeer gering geweest. Verder zijn er geen belangen van derden in het geding en heeft de minister geen groot belang bij het verkrijgen van zekerheid over de vraag of het besluit wel of niet (al) in rechte onaantastbaar is geworden. Dit leidt tot de conclusie dat de termijnoverschrijding niet aan de onderneming kan worden toegerekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl