CBb 30 april 2024, ECLI:NL:CBB:2024:301

De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de maatschap niet voldoet aan de eis van actieve landbouwer in de zin van artikel 2.3 van de Uitvoeringsregeling. De maatschap stond ten tijde van de peildata 15 mei 2020 en 15 mei 2021 niet ingeschreven als landbouwer met een hoofdactiviteit landbouw in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Dat de maatschap enkel om fiscale redenen met terugwerkende kracht is uitgeschreven uit het handelsregister van de KvK en dat de maatschap slechts in het handelsregister willen laten registreren dat het per 31 december 2019 fiscaal geen bedrijf meer voert, doet hier niet aan af. Volgens vaste jurisprudentie van het College mag van de maatschap als professionele marktdeelnemer worden verwacht dat zij ervoor zorgt dat zij op de juiste wijze in het handelsregister geregistreerd staat en dat zij zich ervan bewust is dat een uitschrijving met terugwerkende kracht gevolgen heeft voor de al ontvangen basis- en de vergroeningsbetaling. Op grond van artikel 2.3, tweede lid en derde lid, van de Uitvoeringsregeling, kan een accountantsverklaring de maatschap niet baten. Met een accountantsverklaring kan alleen in de gevallen waarin sprake is van een nevenactiviteit landbouw op de hoofdvestiging of een hoofdactiviteit landbouw op een nevenvestiging, worden aangetoond dat de landbouwactiviteit een niet onaanzienlijk deel uitmaakt van de totale economische activiteiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken