CBb 23 april 2024, ECLI:NL:CBB:2024:290
Onderneming in moeilijkheden. Tussen partijen is niet in geschil dat, als wordt uitgegaan van de gegevens uit de jaarrekening, de Groep voldoet aan de criteria zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a en e, van de AGVV. Tussen partijen is wel in geschil of de afschrijving van de goodwill moet worden meegenomen bij de beoordeling of de Groep een OIM is, als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a en e, van de AGVV. De minister betoogt dat een autonome uitleg van het begrip “eigen vermogen” ertoe leidt dat de afschrijving van de goodwill moet worden meegenomen bij de bepaling van het eigen vermogen, zoals in de commerciële balans van de Groep in de jaarrekening van 2019 is gedaan. Het College volgt dit betoog van de minister. Evenredigheidsbeginsel: Het College vat het beroep van de onderneming dan ook zo op dat zij stelt dat artikel 2, onderdeel 18, van de AGVV in haar geval buiten toepassing moet worden gelaten. De vraag die allereerst moet worden beantwoord is of een beroep op het (ongeschreven) nationaalrechtelijke evenredigheidsbeginsel, het Unierecht opzij kan zetten. Het College is van oordeel dat dat niet kan. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl