CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:215
Bestuurlijke boete. Hokverrijking varkens. Uitleg artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit houders van dieren (Besluit). Artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit somt specifiek als materiaalsoorten om te onderzoeken en mee te spelen op stro, hooi, hout, zaagsel, compost van champignons, turf of een mengsel daarvan. Die materiaalsoorten zijn alle eet- en wroetbaar. De bepaling laat ruimte voor ander geschikt materiaal om te onderzoeken en mee te spelen, maar daarvan is naar het oordeel van het College slechts sprake als het materiaal vergelijkbaar is met of aansluit bij de in de bepaling specifiek opgesomde materiaalsoorten en dus evenzeer in ieder geval eet- en wroetbaar is. Om aan de norm van artikel 2.22, eerste lid van het Besluit te kunnen voldoen, moeten varkens dus permanent kunnen beschikken over materiaal dat eet- en wroetbaar is. De rechtbank heeft terecht geconcludeerd dat sprake is van een overtreding van artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit. Geen aanleiding voor matiging van de boete.
De uitspraak op rechtspraak.nl