CBb 12 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:175
Uitspraak tot herstel van een uitspraak van het College van 20 februari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:106: Ondanks dat per abuis in de nieuwe akte van de onderneming een zinsnede in het artikel betreffende de blokkerende zeggenschap is weggevallen, waardoor dit artikel niet leesbaar meer is, beschikt de onderneming wel over blokkerende zeggenschap zoals vereist in artikel 49, eerste lid, aanhef en onder b, van Verordening 639/2014 en artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Beleidsregel. In de oude akte van de onderneming is in artikel 8, eerste lid, bepaald dat medewerking van alle vennoten is vereist voor bepaalde rechtshandelingen zoals vermeld onder a tot en met m, en voor alle rechtshandelingen die een bedrag van € 10.000,- overschrijden, zoals vermeld onder n. In de nieuwe akte is de aan de opsomming a tot en met n voorafgaande zinsnede dat de medewerking van alle vennoten is vereist, weggevallen. Dat betekent echter niet dat de blokkerende zeggenschap kwam te vervallen. Zonder de weggevallen zinsnede is artikel 8 immers onlogisch en onbegrijpelijk. De nieuwe akte moet naar de bedoeling van partijen worden uitgelegd (zie ook het arrest van de van de Hoge Raad van 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Haviltex). Naar het oordeel van het College blijkt niet dat partijen de bedoeling hadden in de nieuwe akte een wijziging op het punt van de blokkerende zeggenschap aan te brengen. De minister heeft de aanvraag extra betaling voor jonge landbouwers 2020 ten onrechte afgewezen. Het beroep is gegrond. toewijzing verzoek om schadevergoeding op grond van overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl