CBb 26 februari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:149
Vovo. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een in het oog springende onrechtmatigheid of onevenredigheid die zou moeten leiden tot toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl