CBb 2 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:76
Verzoeken om voorlopige voorziening. Verzoek 1) Last onder bestuursdwang aan hondenfokker en toepassing van bestuursdwang door in december 2022 en in januari 2023 honden in bewaring te nemen. De voorzieningenrechter ziet op voorhand geen aanleiding om te oordelen dat de last onder bestuursdwang niet mocht worden opgelegd. Het tijdsverloop tussen de controle op 28 juni 2022 en het opleggen van de last onder bestuursdwang op 18 november 2022 niet dusdanig lang dat de last niet meer opgelegd kon worden. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat de minister heeft gesteld dat vanaf begin 2019 herhaaldelijk overtredingen op het bedrijf van de dierenhouderij zijn vastgesteld, dat de minister een langetermijnstrategie hanteert en dat tussendoor deelinspecties hebben plaatsgevonden. Evenmin is er aanleiding om te oordelen dat de minister de honden niet in bewaring heeft kunnen nemen. Er waren al langere tijd problemen met de honden op het bedrijf en uit het rapport van bevindingen van de hercontrole blijkt niet dat sprake is van verbeteringen binnen het bedrijf. Dit verzoek wordt afgewezen. Verzoek 2) Een brief van de minister aan de hondenfokker met voorwaarden om honden terug te krijgen is geen (kosten)besluit. De voorzieningenrechter acht zich niet bevoegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl