CBb 21 november 2023, ECLI:NL:CBB:2023:634

Exceptieve toetsing van artikel 5.2 van de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen voor farmaceutische zorg. Deze zaak gaat over een declaratievoorschrift dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met toepassing van deze beleidsregel heeft toegevoegd aan de prestatiebeschrijvingsbeschikking voor de terhandstelling van geneesmiddelen door apothekers door middel van de zogeheten “geïndividualiseerde distributievorm” (GDV). Een GDV is een specifieke distributie- en verpakkingsvorm waarmee de zorgaanbieder (in dit geval de apotheker) overzicht en ordening voor de patiënt aanbrengt in zijn geneesmiddelen door bijvoorbeeld het gebruik van een medicatierol (ook wel bekend als Baxterrol) of een doos met vakjes waarop te zien is op welke momenten de geneesmiddelen moeten worden ingenomen. Het nieuwe declaratievoorschrift betekent dat een zorgaanbieder de prestatie voor de terhandstelling van geneesmiddelen door middel van een GDV uitsluitend bij de zorgverzekeraar kan declareren voor het geheel aan geneesmiddelen in de GDV en niet langer per geneesmiddel dat in de GDV zit. De KNMP is het daar niet mee eens. Het College stelt de KNMP in het gelijk, omdat de wijziging van het declaratievoorschrift in de beleidsregel onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet draagkrachtig is gemotiveerd. Daarom kan hetzelfde declaratievoorschrift in de prestatiebeschrijvingsbeschikking niet op deze beleidsregel worden gebaseerd. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit wordt wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vernietigd. De NZa moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen. Het College treft de voorlopige voorziening dat onderdeel 1.2 van de Prestatielijst bij de prestatiebeschrijvingsbeschikking farmaceutische zorg buiten werking is gesteld. Ook is de intrekking van de voorheen geldende prestatiebeschrijving met de oude declaratiemethode buiten werking gesteld. Dat betekent dat met ingang van 1 januari 2023 dezelfde declaratiesystematiek geldig is als voor 2022. Deze voorlopige voorziening geldt tot en met zes weken na de bekendmaking van de nieuwe beslissing op bezwaar.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen