CBb 26 september 2023, ECLI:NL:CBB:2023:536

De minister was bevoegd een zending slangen, spinnen en schorpioenen die de toegang tot de EU is geweigerd voor rekening van appellant onder te brengen, te voeren, te drenken en te verzorgen. Appellant kan namelijk aangemerkt worden als gemachtigde van de importeur in de zin van artikel 2.42. tweede lid, van de Regeling levende dieren en levende producten. Het beroep tegen deze maatregel is ongegrond. Het College is van oordeel dat het kostenbesluit dat naar aanleiding van deze maatregel is genomen, op een lijn moet worden gesteld met een beschikking tot vaststelling van de kosten van bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31c, eerste lid, van de Awb. Dit brengt mee dat het College in deze procedure ook het kostenbesluit zal beoordelen. De minister heeft door bij appellant kosten in rekening te brengen voor het onderbrengen, voeren, drenken en verzorgen van de dieren gedurende in totaal 112 dagen, echter te veel kosten in rekening gebracht. In het besluit waarbij de zending de toegang tot de EU is geweigerd is namelijk een termijn van zestig dagen gegeven om te regelen dat de dieren zouden kunnen worden doorgezonden naar een derde land. Gedurende deze termijn mocht de minister de maatregel toepassen waarbij de dieren werden ondergebracht, gevoerd, gedrenkt en verzorgd. Het kostenbesluit wordt vernietigd omdat de minister hierin kosten in rekening heeft gebracht over meer dan zestig dagen. De minister zal een nieuw kostenbesluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken