CBb 26 september 2023, ECLI:NL:CBB:2023:525
TVL vestigingsvereiste. Het College constateert dat het bij de fysieke afscheiding van de privéwoning en de eigen opgang of toegang om twee cumulatieve vereisten gaat waaraan een onderneming moet voldoen. Artikel 2.1.7, tweede lid, aanhef en onder e, van de TVL somt vervolgens de bewijsstukken op die een aanvrager kan gebruiken om de fysieke scheiding en de eigen opgang of toegang aan te tonen. Met de minister is het College van oordeel dat dit artikel een inhoudelijke beoordeling van deze bewijsstukken toestaat. Het antwoord op de vraag of voldoende duidelijk is wanneer sprake is van een fysieke afscheiding tussen de werkruimte en de (rest van de) woning en of die blijkt, of kan blijken, uit de overgelegde kopie van de aangifte inkomstenbelasting, kan in dit geval in het midden blijven. Het College is namelijk van oordeel dat het bestaan van een eigen opgang of toegang (het tweede cumulatieve vereiste) in ieder geval niet uit de overgelegde aangifte blijkt. Ter zitting heeft de ondernemer verklaard dat de werkruimte van de onderneming zich bevindt op de bovenste verdieping van de privéwoning van de ondernemer. Die verdieping wordt bereikt via een inpandige trap. In het licht van deze verklaring en van de door de ondernemer overgelegde foto’s van zijn werkruimte kan naar het oordeel van het College in dit geval duidelijk worden vastgesteld dat de vestiging van de ondernemer in ieder geval géén eigen opgang of toegang heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl