CBb 19 september 2023, ECLI:NL:CBB:2023:509
Schadevergoeding. Met de herroeping van het besluit van 7 september 2020 staat de onrechtmatigheid van het besluit vast. Naar het oordeel van het College kan deze onrechtmatige besluitvorming aan de minister worden toegerekend. Ten aanzien van het betoog van de maatschap dat de minister bij de besluitvorming de daarvoor wettelijke beslistermijnen heeft overschreden, overweegt het College dat de mate van termijnoverschrijding geringer is dan de maatschap stelt. Daarnaast is geen sprake van bijkomende omstandigheden die meebrengen dat de minister, met het nemen van het besluit na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, handelt in strijd met de in het maatschappelijk verkeer jegens de maatschap in acht te nemen zorgvuldigheid. Daarbij betrekt het College dat de termijnoverschrijding gering is. Daarom leidt de overschrijding van de wettelijke beslistermijnen in dit geval niet tot aansprakelijkheid van de minister. Nu sprake is van een toerekenbaar onrechtmatig besluit van 7 september 2020, dient het College vervolgens te beoordelen of sprake is van schade die de minister moet vergoeden. Het College is van oordeel dat de omstandigheden die hebben geleid tot het onrechtmatige besluit van 7 september 2020 voornamelijk aan de maatschap zijn toe te rekenen, zodat de gestelde schade geheel voor rekening van de maatschap dient te blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl