CBb 22 augustus 2023, ECLI:NL:CBB:2023:443

Naar het oordeel van het College heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat uit de hiervoor genoemde uitspraak van 18 december 2018 volgt dat degene ten aanzien van wie het opleggen van een boete wordt voorgenomen, al in het kader van dat voornemen op de hoogte moet worden gesteld van de inhoud van de marges. de minister heeft naam 2 op 19 oktober 2019, toen hij het voornemen om een bestuurlijke boete op te leggen bekend maakte, inzicht heeft geboden in de door hem gehanteerde (tolerantie-, zekerheids- of handhavings) marges. Daardoor kon hij zich ertegen verweren. Ook is er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken