CBb 18 juli 2023, ECLI:NL:CBB:2023:380
De minister heeft artikel 2.2.2. zesde lid, van de TVL, toegepast bij het vaststellen van de omzet van de onderneming. Uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt eenvoudig en duidelijk wat de omzet is waarvan aangifte is gedaan voor de omzetbelasting. De minister heeft deze gegevens daarom als uitgangspunt mogen nemen bij de berekening van de omzet in de referentieperiode. Bij het bepalen van de omzet die niet in de aangifte staat, maar die op grond van de financiële administratie wel als omzet in de referentieperiode moet worden beschouwd, heeft de minister de in 2018 vooruit gefactureerde omzet terecht niet toegerekend aan de referentieperiode.
De uitspraak op rechtspraak.nl