CBb 11 juli 2023, ECLI:NL:CBB:2023:357

uitbetaling van de betalingsrechten. De minister heeft de geconstateerde oppervlakte juist vastgesteld. Op de luchtfoto’s en de cyclomediabeelden is te zien dat de veehandel bij een aantal percelen een (gedeelte) van de naastliggende sloot heeft ingetekend. Een sloot is echter niet aan te merken als subsidiabele landbouwgrond. De minister heeft de lijn gelegd op de grens tussen water en land en daarbij dus rekening gehouden met de ligging van de percelen in het veenweidegebied. Op de luchtfoto’s en cyclomediabeelden is verder te zien dat de veehandel een groep bomen en aan de zuidzijde een bomenrij heeft ingetekend. De minister heeft de groep bomen terecht afgekeurd, omdat dit geen landbouwgrond is. Verder heeft de minister de bomenrij terecht aangemerkt als grens van het perceel, omdat de bomen direct aan het water staan. Dat er volgens de veehandel tussen die bomen nog gras staat wat bemaaid kan worden, neemt niet weg dat de minister de grens terecht voor de bomenrij heeft gelegd. Tot slot is op luchtfoto’s te zien dat aan de noordzijde van dat perceel een opslag ligt. Een opslag is evenmin aan te merken als landbouwgrond. Opgegeven aantal hectare meer dan 3% van geconstateerde oppervlakte. De minister moet een sanctie opleggen. In voorgaande jaar heeft de minister aan de veehandel een administratieve sanctie opgelegd vanwege overdeclaratie. De minister heeft met toepassing die administratieve sanctie met 50% verminderd. Aangezien, zoals hiervoor overwogen, de minister de veehandel voor het aanvraagjaar 2021 opnieuw en daarmee voor het tweede opeenvolgende jaar een administratieve sanctie heeft opgelegd, was de veehandel gehouden in het aanvraagjaar 2021 het bedrag te betalen waarmee de administratieve sanctie in het aanvraagjaar 2020 is verminderd. Dat de veehandel niet wist dat dat hij een zogenoemde gele kaart had gekregen en medewerkers van het ministerie die hij heeft gesproken hem daarover ook geen duidelijkheid hebben kunnen geven, neemt niet weg dat de minister voor het aanvraagjaar 2020 toepassing heeft gegeven en de veehandel het bedrag dient te betalen waarmee de administratieve sanctie in het aanvraagjaar 2020 is verminderd. Deze bepaling laat de minister geen ruimte om daarvan af te wijken. Dat de veehandel bij het intekenen van de percelen geen rekening kon houden met die eerdere sanctie en hij, zoals hij op de zitting heeft toegelicht, de percelen anders zou hebben ingetekend als hij bekend zou zijn geweest met die waarschuwing, miskent zijn verantwoordelijkheid als aanvrager om, zoals hiervoor al overwogen, de percelen juist in te tekenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen