CBb 16 mei 2023, ECLI:NL:CBB:2023:231
6.3 In deze procedure is in geschil of de onderneming in Q1 2021 voldeed aan het vestigingsvereiste. De onderneming heeft naar het oordeel van het College niet aannemelijk gemaakt dat de adressen in plaats 2 of plaats 3 voldoen aan de vestigingseis die geldt om in aanmerking te komen voor een TVL-subsidie. De minister heeft terecht geconcludeerd dat het bewijs hiervoor niet is geleverd met de stukken die de vennootschap heeft ingediend. 6.4 Tijdens de zitting heeft de vennootschap verklaard dat zij in de subsidieperiode niet gevestigd was in het kantoor dat in de aanvraag is genoemd, maar in een ander kantoor. Zij huurde in de subsidieperiode kantoorruimte in een bedrijfsverzamelkantoor aan de adres te plaats 3. De huurovereenkomst die ten bewijze daarvan is overgelegd, ziet niet op de subsidieperiode, maar op de periode van 1 januari 2019 tot 1 januari 2020. De brief over de stilzwijgende verlenging die kort voor de zitting is overgelegd, betreft een voorstel van de verhuurder aan de vennootschap om de huurovereenkomst te verlengen voor een periode van twee jaar en een verzoek aan de huurder om de verlenging te bevestigen. Van bevestiging van de verlenging van de huurovereenkomst is echter niet gebleken. Uit de overgelegde bankafschriften en de leningsovereenkomst tussen de verhuurder en de vennootschap kan niet worden afgeleid dat er in de subsidieperiode huur is betaald. Ook de door de vennootschap overgelegde foto’s van de buitenzijde van en het parkeerterrein bij het kantoorpand in plaats 3 maken niet aannemelijk dat de vennootschap in de subsidieperiode gevestigd was op het genoemde adres in plaats 3.
De uitspraak op rechtspraak.nl