CBb 28 maart 2023, ECLI:NL:CBB:2023:157
Hoger beroep. Wet handhaving consumentenbescherming. ACM heeft aan deze telecomaanbieder (evenals aan drie andere telecomaanbieders) bestuurlijke boetes opgelegd wegens oneerlijke handelspraktijken. ACM vond het namelijk misleidend dat op de website van een submerk bij een aanbieding van een mobiel abonnement onbeperkt bellen was vermeld, terwijl op dat abonnement volgens ACM een Fair Use Policy van toepassing was, zodat geen sprake was van onbeperkt bellen. Bij een andere aanbieding was weliswaar vermeld dat er een Fair Use Policy van toepassing was, maar zonder dat werd uitgelegd wat dat inhield. Ook vond ACM het misleidend dat op de website van een ander submerk niet duidelijk was vermeld dat er eenmalige kosten aan een abonnement waren verbonden. De rechtbank was van oordeel dat de telecomaanbieder alle overtredingen had begaan, maar stelde de totale boete op een lager bedrag vast omdat de oorspronkelijke boete te hoog (niet evenredig) was. In hoger beroep voert de telecomaanbieder aan dat er geen Fair Use Policy van toepassing was en dat de verwijzing daarnaar een vergissing was. Dit argument slaagt: het College oordeelt in hoger beroep dat er inderdaad geen Fair Use Policy van toepassing was. Daardoor blijft in hoger beroep alleen als overtreding over dat de telecomaanbieder bij een aanbieding voor een abonnement niet had vermeld dat daaraan eenmalige kosten waren verbonden. Het College is van oordeel dat ACM de op te leggen boete onvoldoende heeft afgestemd op de ernst van de overtreding, de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de duur van de overtreding. Het mag geen automatisme zijn om bij overtreders met een hoge omzet steeds te kiezen voor een omzetgerelateerde boete. Het College acht voor deze overtreding een boete van € 375.000,- passend en geboden. Ten slotte voerde de telecomaanbieder aan dat ACM het boetebesluit niet openbaar had mogen maken en dat hij door het openbaarmakingsbesluit in combinatie met het persbericht onevenredige schade heeft geleden. In dat persbericht was namelijk niet vermeld dat de overtredingen op websites van submerken zijn geconstateerd. Ook dit argument slaagt: het College is van oordeel dat het vermelden van de namen van de websites van de submerken noodzakelijk was om de openbaarmaking geschikt te maken voor de doelen die de wetgever daarmee beoogt. Daarom vergt het evenredigheidsbeginsel dat ACM dit had gedaan. Het College vernietigt het openbaarmakingsbesluit voor zover in het persbericht de namen van de websites niet zijn vermeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl