CBb 8 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:98
- Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 Het beroep is ongegrond. Appellante heeft ter zitting toegelicht dat haar bedrijfsvoering in de loop der jaren is veranderd van bedrijfscatering naar het exploiteren van brasserieën. Appellante heeft er voor gekozen de brasserieën niet als vestiging in te schrijven, maar slechts een aantal handelsnamen toe te voegen. De bedrijfsomschrijving is ook niet aangepast. Op de peildatum 15 maart 2020 stond appellante dus niet ingeschreven met de SBI-code 56.10.1. Verder is niet gebleken dat het niet opnemen van de SBI-code 56.10.1 in het handelsregister te wijten is aan een fout van de KvK. Uit de bedrijfsomschrijving in het handelsregister op 15 maart 2020 volgt dat appellante zich bezig houdt met detacheren van personeel. Uit die bedrijfsomschrijving blijkt naar het oordeel van het College niet dat appellante brasserieën exploiteert. Dat verweerder pas vanaf Q1 van 2021 rekening houdt met de feitelijke activiteiten is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Naarmate de coronapandemie voortduurt, past verweerder de voorwaarden voor subsidie aan en daardoor wordt in latere regelingen ook naar andere aspecten dan de SBI-code gekeken. Dat maakt niet dat gelijke gevallen ongelijk worden behandeld. Voor zover appellante stelt dat verweerder haar beleid niet consistent heeft toegepast, faalt dat beroep. De maatwerkprocedure ziet op het beoordelen of de feitelijke hoofdactiviteit blijkt uit de bedrijfsomschrijving uit het handelsregister en niet op gevallen waar enkel naar de feitelijke activiteiten wordt gekeken.
De uitspraak op rechtspraak.nl