CBb 8 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:95
Randvoorwaardenkorting. Appellante heeft haar schapen onvoldoende beschermd tegen slechte weersomstandigheden en daarmee de randvoorwaarde van artikel 1.6, derde lid, van het Besluit niet nageleefd. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting staat voor het College vast dat de schapen van appellante tijdens de controle op 11 augustus 2020 op een open perceel stonden, dat de zon hoog stond, dat de gemeten buiten temperatuur daar 34,5 graden Celsius was en dat er die dag geen wind was. Voorts heeft verweerder onweersproken erop gewezen dat schapen vanaf 23 graden Celsius moeite hebben met het onder controle houden van de lichaamstemperatuur en dat de inspecteur van de NVWA heeft geconstateerd dat meerdere schapen tekenen van hittestress vertoonden. Verweerder heeft verder gemotiveerd uiteengezet dat de schapen onvoldoende schaduwplekken hadden. Op grond van artikel 91, eerste lid, van Verordening 1306/2013 was verweerder verplicht appellante een administratieve sanctie op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl