CBb 1 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:91
Accountantstuchtrecht. De toetsers van de NBA hebben tijdens een toetsing op grondslag van de VoKwb op het accountantskantoor van appellant meerdere tekortkomingen geconstateerd op kantoor- en (kwaliteits)stelselniveau. Verder hebben de toetsers diverse tekortkomingen geconstateerd op dossierniveau (in een getoetst samenstellingsdossier en in twee getoetste dossiers van vrijwillige controleopdrachten). Het College verklaart het hoger beroep gegrond voor zover dat is gericht tegen het oordeel van de accountantskamer dat voor één gecontroleerde entiteit reeds zonder meer een nieuwe opdrachtbevestiging noodzakelijk was en vernietigt de bestreden tuchtuitspraak in zoverre. Voor het overige wordt het hoger beroep ongegrond verklaard. Het College ziet geen aanleiding om, zoals appellant ter zitting heeft verzocht, te bepalen dat de maatregel niet eerder zal ingaan dan per mei 2022. Het openbaar belang dat is gemoeid met de effectiviteit van tuchtrechtspraak vergt in de regel dat een opgelegde maatregel ingaat zodra dat mogelijk is en derhalve zo spoedig mogelijk nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden. In hetgeen appellant heeft aangevoerd over beperking van het continuïteitsrisico van zijn kantoor is geen grond gelegen van deze regel af te wijken. Dit betekent dat (ook) de aan appellant opgelegde maatregel in stand blijft.
De uitspraak op rechtspraak.nl