CBb 1 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:89

Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de betrokken accountants hebben gedreigd met een afkeurende verklaring of alleen bereid zouden zijn geweest een goedkeurende verklaring te verstrekken indien appellante akkoord zou gaan met de voorgestelde correcties. De accountantskamer wordt tevens gevolgd in het oordeel dat niet is gebleken dat een van de betrokken accountants in de – in de context van een civiel geschil – aan appellante betekende dagvaarding bewust een onjuist of misleidend standpunt heeft ingenomen. Anders dan de accountantskamer is het College evenwel van oordeel dat een tweetal bij de dagvaarding overgelegde e mails als vertrouwelijke informatie dienen te worden aangemerkt. Van de betrokken accountant had mogen worden verwacht dat hij allereerst het vertrouwelijk karakter van deze e-mailberichten had onderkend en vervolgens, indien naar zijn mening de inhoud van voornoemde e-mailberichten voor de oplossing van het (incasso)geschil relevant was, had onderzocht of en zo ja welke mogelijkheden er waren om te voorkomen dat de daarin opgenomen vertrouwelijke informatie in de openbaarheid zou komen. De accountantskamer heeft klachtonderdeel f. voor zover gericht tegen de betrokken accountant ten onrechte ongegrond verklaard. Niet valt in te zien hoe de betrokken accountants tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door appellante niet op haar verzoek volledig inzage te geven in het definitieve controledossier. Het hoger beroep is gegrond, voor zover het de ongegrondverklaring van klachtonderdeel f. ten aanzien van een van de betrokken accountants betreft. Aan de betrokken accountant wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken