CBb 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:816
Algemene wet bestuursrecht: artikel 5:25, 5:29 en 5:30 Wet dieren: artikel 2.2 en 8.5 Besluit houders van dieren: artikel 1.6, 1.7, 3.1, 3.2, 3.3 en 3.12 Wet dieren. Spoedbestuursdwang. Kostenbesluit. Verweerder heeft op basis van de bevindingen van toezichthouders spoedbestuursdwang toegepast en 38 honden laten meevoeren en opslaan. Bij het kostenbesluit heeft verweerder een bedrag van € 44.196,27 bij appellant in rekening gebracht voor het transport, de opvang van de honden en de medische kosten. In wat appellant aanvoert ten aanzien van de slechte gezondheid waarin de dieren verkeerden ziet het College (gedeeltelijk) aanleiding voor twijfel aan de juistheid ten aanzien van de door verweerder gestelde derde overtreding. Slechts voor de hond met de wond aan de rechtervoorpoot is geconstateerd dat er sprake was van een overtreding. De overige gestelde overtredingen ten aanzien van het onthouden van medische zorg staan niet vast. Dit heeft naar het oordeel van het College geen gevolg voor het bestreden besluit omdat verweerder vanwege de overige wel geconstateerde overtredingen bevoegd was om handhavend op te treden en een last onder bestuursdwang op te leggen. Het College acht de spoedbestuursdwang in de gegeven omstandigheden niet disproportioneel. Nu verweerder terecht (spoed)bestuursdwang heeft toegepast, kunnen de kosten die daarmee gemoeid zijn in beginsel op appellant worden verhaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl