CBb 8 februari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:65

Artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:90, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:95 van de Algemene wet bestuursrecht Het College wijst het verzoek om schadevergoeding af. Verzoeker stelt dat zijn schade daarin is gelegen dat hij als gevolg van het onrechtmatige besluit zijn fosfaatrechten niet al in 2018 heeft kunnen verkopen voor een hogere prijs dan waarvoor de fosfaatrechten in 2019 konden worden verkocht. Verzoeker heeft geen koopovereenkomsten of andere bewijsstukken overgelegd waaruit de (voorgenomen) verkoop van fosfaatrechten in 2018 of 2019 blijkt. Evenmin kan worden vastgesteld hoeveel fosfaatrechten verzoeker had kunnen en willen verkopen. Zodoende is onvoldoende aannemelijk geworden dat verzoeker al in 2018 fosfaatrechten zou hebben verkocht. Ook is niet vast te stellen hoeveel fosfaatrechten verzoeker had willen verkopen. Het is aan verzoeker om de gestelde schade op een objectieve en verifieerbare wijze aannemelijk te maken. Daarin is hij niet geslaagd. Hij heeft dus de gestelde, en door verweerder betwiste, schade niet aangetoond. Geen vergoeding immateriële schade als bedoeld in artikel 6 EVRM, want in beide procedures wordt niet voldaan aan alle vereisten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken