CBb 20 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:639

Inschrijving van de uitschrijving van de bestuurder-rechtspersoon van de onderneming na het overlijden van de bestuurder en enig aandeelhouder van deze bestuurder-rechtspersoon. Verweerster kon gerede twijfel hebben over de juistheid van de opgave door de ander overgebleven bestuurder. Of de opgave in onderhavig geval juist is, hangt af van de beantwoording van de vraag of de ontstentenis/beletregeling van de onderneming van toepassing is bij het overlijden van de bestuurder en enig aandeelhouder van de rechtspersoon-bestuurder van de onderneming. Gelet op de stand van zaken ten tijde van het nemen van het bestreden besluit, mocht verweerster gerede twijfel hebben over de juistheid van de opgave, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het Hrb. Daarbij neemt het College in aanmerking dat een definitief oordeel over de onderliggende civielrechtelijke feiten voorbehouden is aan de civiele rechter.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken