CBb 20 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:623
Accountantstuchtrecht. Opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling van de controle jaarrekeningen 2011 Imtech. Tuchtklacht tegen de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar (OKB-er). Van de verwijten waartegen de OKB-er hoger beroep instelde, verklaart het College er twee alsnog ongegrond. Op die onderdelen hoefde deze accountant niet meer te doen dan hij heeft gedaan, omdat hij had gezien dat de controlerende accountants voldoende opvolging hadden gegeven aan een mogelijk probleem. De curatoren krijgen op een één onderdeel gelijk. De OKB-er had er bij de controlerende accountants op moeten aandringen dat zij alsnog de informatie kregen van een accountant van een groepsonderdeel waar zij om hadden gevraagd en dat niet kon worden volstaan met een zelf gemaakt overzicht. Aan de OKB-er was de maatregel van berisping opgelegd. Hoewel twee verwijten alsnog ongegrond zijn en een ander verwijt alsnog gegrond, handhaaft het CBb de maatregel van berisping. Het was juist de taak van de OKB-er om bij de controlerende accountants aan de orde te stellen dat opvolging van mogelijke problemen niet uit kon blijven en om te wijzen op discrepanties in de rapportage aan het centrale management van Imtech. Door dat op belangrijke punten niet te doen, is de OKB-er tekortgeschoten in zijn objectieve evaluatie van de conclusies van de controlerende accountants. Het College rekent de OKB-er ook aan dat door een gebrek aan documentatie van zijn werkzaamheden achteraf niet meer valt te toetsen of hij aan alle eisen van de kwaliteitscontrole heeft voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl