CBb 9 augustus 2022, ECLI:NL:CBB:2022:511
Artikel 8:21, eerste en tweede lid, van de Awb; artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, van het Handelsregisterbesluit 2008. Appellante heeft beroep ingesteld tegen de inschrijving van de opgave door haar bewindvoerder tot uitschrijving van haar onderneming. Appellante is niet ter zitting verschenen en uit de stukken in het dossier blijkt niet dat appellante in dit geding tot redelijke waardering van haar belangen - als bedoeld in artikel 8:21, tweede lid, van de Awb - in staat kan worden geacht. Het beroep van appellante is niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl