CBb 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:46
Appellante wordt niet gevolgd in haar betoog dat haar boete lager had moeten worden vastgesteld in verband met haar geringe financiële draagkracht en de omstandigheid zij is toegelaten tot de Wsnp. Verder heeft verweerder op grond van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb van het horen kunnen afzien. Ten onrechte heeft verweerder de aan appellante toe te kennen dwangsom wegens niet tijdig beslissen te laag vastgesteld. Het College is van oordeel dat verweerder met de uitdraai uit het postregistratiesysteem en de daarop gegeven toelichting de verzending van het bestreden besluit op 29 mei 2018 niet aannemelijk heeft gemaakt. De hiervoor omschreven werkwijze van verweerder biedt onvoldoende waarborgen om aan te kunnen nemen dat het besluit van 29 mei 2018 op diezelfde dag ter post is bezorgd. Met wat in de overgelegde uitdraai staat vermeld, is geen duidelijk verband verzekerd tussen de door verweerder gestelde verzenddatum en de daadwerkelijke verzending, zodat van een deugdelijk postregistratiesysteem geen sprake is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 7 april 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2969
- CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:167
- Rb. Rotterdam 14 september 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7635
- Rb. Rotterdam 1 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8295
- Rb. Oost-Brabant 5 april 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:1613
- CBb 7 maart 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW0651
- CBb 21 juni 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ9556