CBb 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:43
Appellante heeft in Brazilië een opleiding diergeneeskunde gevolgd. Zij heeft verweerder verzocht haar in Nederland als dierenarts toe te laten en te registreren. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen op basis van deskundigenadviezen van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (de UU). In die adviezen is een diplomawaardering door Nuffic meegewogen. De UU heeft geconcludeerd dat de opleiding van appellante niet gelijkwaardig is aan de Nederlandse diergeneeskundeopleiding. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder. Verweerder heeft in beroep een nieuw advies van de UU van 14 oktober 2020 ingediend, dat hij pas heeft gevraagd nadat hij het besluit had genomen. In dat advies heeft de UU onder andere de (inhoudelijke) verschillen in onderwijs tussen de opleidingen toegelicht. Het beroep van appellante is ongegrond. Het College is van oordeel dat in alle adviezen samen, dus inclusief het advies van de UU van 14 oktober 2020, begrijpelijk is toegelicht dat de opleidingen niet gelijkwaardig zijn. De nadere toelichting in het advies van 14 oktober 2020 is wel nodig om de redenering van de UU te begrijpen. Volgens het College had verweerder de UU daarom al vóór het besluit om deze nadere toelichting moeten vragen. Zonder die toelichting had verweerder niet op de adviezen van de UU mogen afgaan en was ook het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Het College gaat echter aan dit gebrek voorbij, omdat de nadere toelichting nu alsnog is gegeven en appellante door het gebrek niet is benadeeld. Wel moet verweerder om die reden het door appellante betaalde griffierecht en de proceskosten vergoeden. Deze uitspraak is opgesteld in het kader van een taalproject/training in het schrijven van uitspraken en is daarom anders opgezet en vormgegeven dan gebruikelijk bij het College.
De uitspraak op rechtspraak.nl