CBb 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:41
Taxi. Niet is gebleken dat appellant op de in de rapporten van 26 september 2019 en 8 oktober 2019 vermelde data, tijden en plaatsen aanwezig was ter uitvoering van bij hem bestelde taxiritten. Zoals verweerder terecht heeft aangevoerd, heeft appellant geen bewijs geleverd van een bestelde en/of geannuleerde Uber rit op 6 oktober 2019 op de in het rapport van 8 oktober 2019 vermelde locatie. Over de hoorplicht overweegt het College dat verweerder op 12 januari 2020 een uitnodiging naar appellant heeft verstuurd voor de hoorzitting van 22 januari 2020. Daargelaten of het bericht van verhindering van de gemachtigde van appellant van 17 januari 2020 daadwerkelijk is verzonden, acht het College de termijn tussen de datum van de uitnodiging voor de hoorzitting en de datum van de hoorzitting te kort. Hoewel in de Awb geen termijn is genoemd voor het uitnodigen voor de hoorzitting, volgt uit het bepaalde in artikel 7:4, eerste lid, van de Awb - waarin is bepaald dat belanghebbenden tot tien dagen voor het horen nadere stukken kunnen indienen - dat deze termijn in elk geval langer dan tien dagen moet zijn. Vaststaat dat verweerder zich in dit geval niet aan deze termijn heeft gehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl