CBb 12 juli 2022, ECLI:NL:CBB:2022:408
Appellant verwijt betrokkene dat zij heeft gehandeld in strijd met de voor haar geldende gedrags- en beroepsregels, omdat in de jaarrekening 2016 fouten staan die aan betrokkene kunnen worden verweten. De accountantskamer wordt gevolgd in haar oordeel dat van persoonlijke betrokkenheid van betrokkene bij het opstellen van de jaarrekening 2016 niet is gebleken. Voor zover appellant in hoger beroep heeft gesteld dat betrokkene dagelijks beleidsbepaler is in de zin van de Tijdelijke NVKS en haar in het kader van de kwaliteitssystemen een verwijt valt te maken, is het College van oordeel dat sprake is van een hogerberoepsgrond die niet te herleiden is tot de oorspronkelijke klacht en daarom buiten beschouwing dient te blijven. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl