CBb 31 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:279

Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor Q4 van 2020. Tussen partijen is niet meer in geschil dat het beroep van appellante over de SBI-code gegrond is en dat verweerder bij de verlening van subsidie op grond van de TVL voor Q4 van 2020 diende uit te gaan van de onder SBI-code 90.02 vallende activiteiten. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het College ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Het besluit op bezwaar dat op dit gegronde beroep moet volgen, is, vanwege de systematiek van de TVL, afhankelijk van de ontwikkelingen in de TVL-regelgeving en de TVL-besluitvorming ten aanzien van appellante en de aan haar verbonden ondernemingen die zich tot het moment van deze uitspraak hebben voorgedaan. Het College heeft daarbij met name het oog op de verhoging van het staatssteunplafond van € 1.800.000,- naar € 2.300.000,- voor Q4 van 2021 en Q1 van 2022 en de gevolgen daarvan voor de aan appellante en de aan haar verbonden ondernemingen verleende subsidies, de reeds genomen vaststellingsbesluiten met eventuele terugvorderingen en de mogelijke gevolgen van de uitspraken van het College voor de reeds genomen verlenings- en vaststellingsbesluiten. Het College heeft onvoldoende inzicht in deze omstandigheden, zodat niet beoordeeld kan worden of en zo ja, in hoeverre een hogere subsidieverlening op grond van SBI-code 90.02 in strijd komt met de Europese staatssteunregels

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken