CBb 24 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:264

De Wet Inkomstenbelasting 2001: artikel 3.42. Bijlage behorende bij artikel 2 van de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001: artikel 2. Het College is van oordeel dat met de vergelijking die door appellante is gemaakt met een ander schip niet met objectiveerbare gegevens aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een besparing die voldoet aan de gestelde norm van 0,15 Nm³ per jaar per geïnvesteerde euro. Aangezien appellante ruimschoots in de gelegenheid is gesteld door verweerder om de noodzakelijke berekening over te leggen ziet het College geen aanleiding appellante daarvoor alsnog gelegenheid te geven. De door appellante in beroep uiteengezette berekening van de energiebesparing van een tweede spudpaal ten opzichte van één of geen spudpaal bij het aanmeren en vertrekken en de procedure bij een sluis, is door verweerder gemotiveerd bestreden. Ten aanzien van de stelling van appellante dat verweerder een interne gedragslijn voor de behandeling van aanvragen voor spudpalen zou hanteren waarvoor zij in aanmerking had dienen te komen, overweegt het College dat, voor zover sprake was van een dergelijke gedragslijn, deze geen betrekking had op de investering in een tweede spudpaal voor een schip dat al langer een spudpaal heeft. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zal worden toegewezen. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen