CBb 3 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:214
Toelating gewasbeschermingsmiddel Dagonis. Hormoonontregelende eigenschappen. Prejudiciële vragen over uitleg van Verordening 1107/2009. Wat is de reikwijdte van de goedkeuring (artikel 4 Verordening 1107/2009) door de Europese Commissie van één van de werkzame stoffen van Dagonis, te weten difenoconazool. Het Ctgb en BASF stellen zich op het standpunt dat de hormoonontregelende eigenschappen niet opnieuw behoeven te worden beoordeeld bij een besluit tot toelating van een middel waarvan difenoconazool een bestanddeel is. PAN Europe meent echter dat uit artikel 29 van Verordening 1107/2009, en de verwijzing daarin naar artikel 4 lid 3 van deze Verordening, volgt dat verweerder ook de hormoonontregelende eigenschappen bij de aanvraag tot toelating moet toetsen aan de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op dat moment. Het College vraagt zich af welke uitleg van de betreffende bepalingen juist is. Het College vraagt daarbij ook aandacht voor een beschikking van het Gerecht (Eerste Kamer) op de beschikking van 28 september 2016 (ECLI:EU:T:2016:601), waarin het Gerecht (Eerste kamer) het beroep van onder meer appellante tegen de goedkeuring van een werkzame stof sulfoxaflor niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat “geen enkele bepaling van de bestreden handeling rechtstreeks toepasselijk is op verzoeksters, in die zin dat deze handeling hun rechten zou verlenen of verplichtingen opleggen. Bijgevolg heeft de bestreden handeling geen enkele invloed op hun rechtspositie, zodat niet is voldaan aan de voorwaarde van rechtstreekse geraaktheid zoals deze voortvloeit uit het in artikel 263, vierde alinea, VWEU genoemde tweede en derde geval.” Als het standpunt van het Ctgb in deze procedure juist is, dan lijkt dat in het licht van de beschikking van het Gerecht tot gevolg te hebben dat PAN Europe geen effectief rechtsmiddel kan aanwenden als het gaat om de hormoonontregelende eigenschappen van difenoconazool. Het College vraagt zich tot slot af of, indien het wél bevoegd zou zijn de door appellante naar voren gebrachte gronden over hormoonontregelende eigenschappen te beoordelen, het College die gronden dan moet beoordelen op basis van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het moment van het bestreden besluit of op het moment van de goedkeuring van de werkzame stof.
De uitspraak op rechtspraak.nl