CBb 16 november 2021, ECLI:NL:CBB:2021:996

Accountantstuchtrecht. Hoger beroep van de accountant. De Nba heeft een klacht ingediend tegen de accountant omdat hij niet heeft voldaan aan zijn PE-verplichting. De accountantskamer heeft een waarschuwing en geldboete opgelegd. In hoger beroep heeft appellant een nadere toelichting gegeven op de door hem sinds 2015 verrichte werkzaamheden in zijn nieuwe werkkring als watersportondernemer. De Nba heeft ter zitting verklaard dat, indien zij hiervan eerder op de hoogte was geweest zij geen tuchtklacht zou hebben ingediend dan wel deze alsnog zou hebben ingetrokken. Het College is van oordeel dat, gelet op de in hoger beroep door appellant naar voren gebrachte omstandigheden en de nadere toelichting ter zitting, en in aanmerking nemende het nadere standpunt van de Nba daaromtrent, aangenomen moet worden dat appellant sinds 2015 bij het verrichten van zijn werkzaamheden minder dan 200 uur per kalanderjaar de specifieke deskundigheid heeft aangewend waarover een accountant gewoonlijk beschikt. Appellant zou in aanmerking zijn gekomen voor een ontheffing van de PE-verplichting en zou dan zijn uitgezonderd van het toepassingsbereik van de NVPE. Hem kan daarom niet worden verweten dat hij over de driejaarscyclus 2016-2018 niet aan zijn PE-verplichting heeft voldaan. De uitspraak van de accountantskamer kan om die reden niet in stand blijven. De opgelegde maatregelen vervallen.

De uitspraak op rechtspraak.nl