CBb 7 september 2021, ECLI:NL:CBB:2021:863
Fosfaatrechten. Artikel 23, derde en vijfde lid, Meststoffenwet. Artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Het College acht wel aannemelijk dat appellant dieren heeft ingeschaard en dat het daarbij om kalveren ging, maar verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uit de door appellant overgelegde stukken niet blijkt welke dieren er op welk moment op het bedrijf van appellant stonden. Dat betekent ook dat niet kan worden vastgesteld of het ging om 44 kalveren, in categorie 101 of categorie 102, waardoor een berekening van fosfaatrecht niet mogelijk is. Appellant heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op hem legt. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl