CBb 10 augustus 2021, ECLI:NL:CBB:2021:821
Accountantstuchtrecht. Het College stelt vast dat uit de in deze zaak beschikbare stukken het beeld naar voren komt dat betrokkene in het algemeen zowel bij de voorbereiding als tijdens de uitvoering van de controle van de enkelvoudige en geconsolideerde jaarrekeningen van PAG voldoende controlewerkzaamheden heeft uitgevoerd. Op het punt van de controle van de waardering van de immateriële vaste activa en de financiële vaste activa is gebleken dat hij zijn werkzaamheden met meer diepgang had moeten uitvoeren. Ten aanzien van de immateriële vaste activa is naar voren gekomen dat het management belangrijke informatie over de definitieve beëindiging van de dealerovereenkomst met Mercedes-Benz voor betrokkene heeft achtergehouden, terwijl niet gezegd kan worden dat betrokkene hier onvoldoende naar heeft geïnformeerd. Gelet op het vorenstaande, alsmede op het feit dat aan betrokkene niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd, acht het College het passend en geboden om aan betrokkene de maatregel van waarschuwing op te leggen. Vernietiging bestreden uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl