CBb 13 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:719
Algemene wet bestuursrecht: artikel 1:3, artikel 8:88 en artikel 8:89. De melding van verzoeker van 11 juli 2018 heeft betrekking op de wijziging van de rechtsvorm van de onderneming die het melkveebedrijf (verder: het bedrijf) drijft. Daarbij is geen sprake van een overdracht van fosfaatrechten vanwege een bedrijfsovername als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van de Msw en evenmin van een overdracht van fosfaatrechten tussen twee bedrijven in de zin van artikel 27, tweede lid, van de Msw. De wijziging van de rechtsvorm van de onderneming waartoe het bedrijf in de zin van de Msw behoort heeft geen gevolgen voor het op het bedrijf rustende fosfaatrecht. Daaruit volgt dat het ‘overzicht geregistreerde fosfaatrechten’ van 12 december 2018 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, omdat het, voor zover het betreft de weergave van het aantal voor het bedrijf vastgelegde fosfaatrechten, niet is gericht op enig rechtsgevolg. Deze weergave is namelijk niet gericht op een verandering in het op het bedrijf rustende fosfaatrecht, dat immers al definitief was vastgesteld bij de beslissing op bezwaar van 27 augustus 2018. Het overzicht geregistreerde fosfaatrechten van 12 december 2018 is in zoverre louter informatief. Uit het voorgaande volgt dat de melding ‘Bedrijfsoverdracht en fosfaatrechten’ van 11 juli 2018 niet kan worden gekwalificeerd als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, omdat geen sprake is van een verzoek om een besluit te nemen. Ten overvloede merkt het College op dat verzoeker, anders dan hij stelt, de fosfaatrechten die op zijn bedrijf rusten vanaf het tijdstip van toekenning steeds heeft kunnen benutten. Gelet op het vorenstaande is er geen sprake van het niet-tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb. Evenmin is sprake van een andere schade-oorzaak als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Het College is daarom onbevoegd van het verzoek kennis te nemen. Het College verklaart zich onbevoegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl