CBb 15 juni 2021, ECLI:NL:CBB:2021:607

Msw. Fosfaatrechten. Meststoffenwet: artikel 23, derde en zesde lid. Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet: artikel 69a en artikel 72b, eerste lid. Uitvoeringsregeling Meststoffenwet: artikel 103a van de Uitvoeringsregeling. Het College is met verweerder van oordeel dat het door appellante overgelegde monsteranalyserapport van het perceel Van Vught niet volledig is. Verweerder heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat ook uit de nader overgelegde gegevens niet blijkt dat de bemonstering van het perceel met inachtneming van de toegestane marges is verricht. Verweerder heeft er in dit verband op gewezen dat de in de door appellante nader overgelegde documenten vermelde coördinaten niet overeenkomen met de coördinaten die zijn opgenomen in de analyseverslagen. Appellante heeft dit verder niet weersproken, zodat de onduidelijkheid over de volledigheid van de bemonstering van het perceel is blijven bestaan. Verweerder heeft dit perceel daarom terecht ingedeeld in de categorie ‘hoog’. De beroepsgrond slaagt niet. Het College stelt vast dat verweerder in deze procedure het fosfaatrecht voor appellante opnieuw heeft berekend op 6.687 kg. Vaststaat dus dat het fosfaatrecht in het bestreden besluit te laag is vastgesteld. Het beroep is derhalve gegrond en het bestreden besluit zal daarom worden vernietigd. Het College ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. Het College verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit, stelt het fosfaatrecht van appellante vast op 6.687 kg en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken